3 Grand-Duché de Luxembourg (1890/NU)

Luxemburg

[de Lage Landen] [in English] [Vorige] [Volgende]


Zie ook:


Beschrijving van de vlag

Faas van keel, zilver en azuur.


Geschiedenis van het hertogdom

De Treviren zijn de oudste ons bekende bewoners van Luxembourg. In de middeleeuwen maakte Luxembourg deel uit van Neder-Lotharingen. Het vormde een graafschap, dat in hoofdzaak het huidige groothertogdom en de provincie Luxembourg omvatte en in 1354 tot hertogdom werd verheven. Dit hertogdom was één der Zeventien Provinciën.

Uit het Luxemburgse Huis stammen vijf Duitse keizers en verscheidene koningen van Bohemen. In 1443 kwam Luxembourg aan de hertogen van Bourgondië, maakte van 1506 tot 1714 deel uit van de Spaanse en van 1714 tot 1795 van de Oostenrijkse Nederlanden. Van 1795 tot 1815 was het Frans en van 1815 tot 1839 Nederlands. Het Waalse gedeelte werd door het Verdrag van 1839 bij België gevoegd. Napoleon III wilde in 1867 de rest veroveren, maar moest er door Bismarcks tussenkomst van afzien. Zo bleef het Duitse gedeelte onder het bestuur van de Nederlandse koning, tot in 1890 de personele unie verbroken werd en Adolf van Nassau de groothertoglijke kroon erfde. Het bleef tot 1866 lid van de Duitse Bond en tot 1918 van het Duitse tolverbond. In 1918 werd het groothertogdom door de Fransen bezet. In 1919 probeerden socialisten en liberalen er tevergeefs een republiek uit te roepen. Door de Vrede van Versailles werd het tol- en spoorwegverdrag met Pruisen opgeheven, en in 1921 kwam een tol- en handelsunie met België tot stand. De hoofdstad van de provincie is Arlon.


Laatste aanpassing: 1996-08-31

f.a.vanlaenen@ieee.org