5.2 Hertogdom Brabant

[de Lage Landen] [in English] [Vorige] [Volgende]


(1: Vlag)

(2: Wapen)


Beschrijving van de vlag

(1) Geschaakt (6x4) van keel en zilver.


Beschrijving van het wapen

(2) Sabel, een klimmende leeuw van goud, getongd en genageld van keel.


Geschiedenis van de Brabantse leeuw

De leeuw verschijnt voor het eerst op een vaandel, afgebeeld op een munt geslagen tijdens de regering van Godfried III, graaf van Leuven en hertog van Neder-Lotharingen (1142-1190). Van 1183 tot 1190 fungeerde Godfrieds zoon Hendrik als regent. Op een munt uit die periode verschijnt er weer een leeuwenvlag, met als bijschrift "GODEFRID". Op de keerzijde staat hij echter omgewend op een schild. Bij dit schild staat het bijschrift "HENRIC SCU[D]I LEO". Hendrik, de latere Hendrik I, hertog van Neder-Lotharingen en Brabant (1190-1235), plaatste dus de leeuw op een schild. Op zijn zegel uit 1192 verschijnt die leeuw op het schild van een ruiter. De leeuw, eerst het symbool van Neder-Lotharingen, werd het wapenteken van Brabant in de loop van de dertiende eeuw.

Wat de kleuren van dit wapen betreft, in 1234 zou Hendrik I in de kruistocht tegen de Stedingen in Oost-Friesland een zwarte vlag gebruikt hebben met aan de ene kant een Onze-Lieve-Vrouw in een stralenkrans en aan de andere kant een leeuw van goud, geklauwd en getongd van keel. Dat die leeuw op dat tijdstip al getongd en geklauwd van keel was, kan moeilijk aanvaard worden, maar dat hij van goud was, lijdt geen twijfel. Ook Hendrik III, hertog van Brabant (1248-1261) voerde een zwart schild met gouden leeuw, evenals hertog Jan I (1267-1294), die het niet schijnt gewijzigd te hebben na de slag bij Woeringen. Zijn opvolger Jan II (1294-1312) deed dat wel door het wapen van Brabant te vierendelen met het wapen van Limburg. [hw96]


Geschiedenis van het hertogdom

Door welke volksstammen Brabant in de Oudheid bewoond was, is niet uit te maken. In de Middeleeuwen werd het door de Salische Franken bezet, en maakte deel uit, eerst van Austrasië, later van Lotharingen en vormde sinds de 10de eeuw het graafschap Leuven, dat sinds de 12de eeuw het hertogdom Brabant vormde. In de 13de eeuw omvatte het de huidige provincies Antwerpen, Brabant wallon, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, en Brussel. De heerlijkheid Mechelen hoorde echter bij het prinsbisdom Liège. In de 15de eeuw verenigde Filips III de Goede met de meeste andere Nederlandse gewesten ook Brabant onder zijn macht, en het werd het middelpunt van het Bourgondische Rijk en later van de Zeventien Provinciën. Gedurende de Tachtigjarige Oorlog moest Spanje Noord-Brabant afstaan aan de Verenigde Nederlanden. Zuid-Brabant bleef een hertogdom, dat evenals de rest van de Zuidelijke provinciën achtereenvolgens onder Oostenrijks en Frans bestuur kwam. De troonopvolger in België heet nog steeds hertog van Brabant.


Laatste aanpassing: 1997-07-24

f.a.vanlaenen@ieee.org